Tradities zijn er om in ere te houden en daarom is ook dit jaar in Leiden de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach te horen. Alleen dan wel anders dan anders met de Oer-Matthäus waarvan gedacht wordt dat Bach hem al jaren voor de meest bekende versie schreef. Klein probleem: er is geen handschrift van bewaard gebleven. Musicoloog Rens Bijma heeft in samenwerking met klavecinist en musicoloog Pieter Dirksen een reconstructie gemaakt van deze ‘enkelkorige’ oerversie. De Oer-Matthäus wordt in de Stadsgehoorzaal gespeeld door Johannes & Friends en wordt ondersteund voor Cultuurfonds Leiden, dat zich sterk maakt voor de combinatie van kunst en kennis. Wij spraken Bijma en hoboïst Esther van der Ploeg over dit bijzondere project.

Het is nogal een grote taak die je jezelf gegeven hebt Rens, hoe is dat zo gekomen?

Rens: ‘Ik ben een gepensioneerde scheikundeleraar die zijn hele leven al bezig is met muziek, op amateurniveau. Sinds mijn pensionering ben ik vooral bezig met onderzoek naar hoe Bach zijn eigen muziek uitvoerde. Ik ben daar drieënhalf jaar geleden op gepromoveerd en ik ben nog steeds bezig om mijn onderzoek van destijds af te maken en te publiceren op mijn website.’

Hoe ben je vervolgens van start gegaan met deze oer-Matthäus?

‘Er zijn verschillende musicologen die bedacht hebben dat er mogelijk een enkelkorige Matthäus vooraf is gegaan aan de dubbelkorige versie die we zo goed kennen. Dat vond ik een spannend idee. Ik heb het initiatief genomen om te proberen zo’n oerversie te reconstrueren. Uiteindelijk is die uitgevoerd op Texel. Daarna heb ik bedacht dat het misschien goed zou zijn om te kijken wat er aan die reconstructie nog verbeterd zou kunnen worden. Samen met musicoloog Pieter Dirksen heb ik de partituur voor een deel herschreven, waardoor de kwaliteit volgens mij nog beter is geworden. Het blijft hypothetisch natuurlijk, want niemand weet of hij ooit heeft bestaan.’

Een muziekstuk reconstrueren waarvan geen opnames bestaan en waarvan je niet eens zeker weet of het ooit wel echt bestaan heeft. Dat klinkt als een monsterklus.

Rens: ‘Toen ik eraan begon wilde ik vooral kijken of het moeilijk zou zijn om te doen. Het meeste is al enkelkorig, voor één koor en één orkest geschreven. Dan zijn er ook wat halfslachtige stukken die je vrij gemakkelijk tot een enkelkorig stuk kunt terugbrengen. En dan kun je denken: waarschijnlijk is het zo geweest dat Bach het eerst enkelkorig bedacht heeft en dat hij het later voor de aardigheid dubbelkorig heeft gemaakt. Behalve dat het voor mijzelf heel bevredigend was om te doen breng je mensen die de Matthäus-Passion willen uitvoeren de mogelijkheid om deze het met minder kosten en minder inspanning op de planken te brengen.’

Je benadert kunst op een heel wetenschappelijke manier. Vallen die twee goed te rijmen?

Rens: ‘Ik vind het als scheikundige heel plezierig om logisch te redeneren en hoef bij het onderzoek niets te zeggen over hoe mooi Bachs muziek is. Hoe prachtig deze ook is, daar gaat het mij niet om. Ik wil weten hoe Bach hem zelf uitvoerde.’

Vervolgens kwam het moment waarop je dit passieproject – no pun intended – moest overgeven aan dirigent Johannes Leertouwer. Was dat lastig?

Rens: ‘‘Ik denk dat ik heel veel weet over hoe Bach zijn eigen muziek uitvoerde, daarover gaat mijn onderzoek. Dat neemt niet weg dat iedere dirigent de taak heeft om zijn eigen keuzes te maken. Johannes heeft wel een aantal ideeën van mij overgenomen, zoals de bezetting. Hoeveel violen zijn er? Hoeveel instrumenten gebruikte Bach? Ook wat de opstelling van de musici betreft heeft hij Bachs eigen opstelling in de Thomaskerk in Leipzig als uitgangspunt gebruikt. Johannes is zijn eigen pad op gegaan en dat moet een goede dirigent ook doen.’

Hoe is het voor jou om deze nieuwe en toch ook heel oude versie te spelen, Esther?

Esther: ‘Het is heel bijzonder om deze versie te mogen spelen. De meeste versieringen hebben we weggelaten en daarmee gaan we als het ware terug naar de oertekst. Het is ook goed opletten, want sommigedingen zijn echt wel anders dan in de versie die we allemaal kennen. Daar komt bij dat uitvoeren met één orkest betekent dat we veel meer te spelen hebben. De Matthäus-Passion duurt ruim drie uur en hobo spelen is fysiek gezien best zwaar.’

Hoe ga je daarmee om?

Esther: ‘We zijn vooral blij dat we überhaupt kunnen spelen. Zo fijn om weer samen muziek te kunnen maken. Verder heb je geen keus, gewoon doorspelen.’

Zelfs mensen die niets hebben met klassieke muziek kennen de Matthaüs-Passion. Wat is toch de grote kracht van dit werk?

Rens: ‘Als ik dat ga uitleggen ben ik uren bezig, laten we dat niet doen. Ook binnen het oeuvre van Bach is de Matthäus-Passion zó wijs, zó groots!’

Esther: ‘Het is een traditie om naar de Matthäus te gaan en voor ons is het traditie om hem te spelen. In de meest bekende versie speel je met twee orkesten en in ieder orkest twee hobo’s. Vier hobo’s totaal dus, wat betekent dat iedere hoboïst in Nederland minstens wel één concert heeft in deze tijd. De laatste jaren had ik er soms wel vijftien. Vorig jaar begon de coronacrisis precies in het passieseizoen. Je kunt je voorstellen wat een impact het heeft als dat opeens wegvalt. Heel fijn dat we dit jaar toch hebben kunnen spelen en dan zeker dit bijzondere project.’

Dit onderzoek maakt Bach weer een stuk toegankelijker. Rens, is dat wat je hoopte te bereiken?

Rens: ‘Misschien wel ja. Er zijn van de Matthäus-Passion twee versies bekend, waaronder een latere versie met twee koren die iedereen kent. Er bestaat ook een oudere versie die op een aantal punten afwijkt en waarschijnlijk dichter bij de oerversie gestaan heeft. Ik ben daarom van die vroegere versie uitgegaan. Dat betekent ook dat er allerlei verrassingen in zitten voor de mensen. Denk niet dat het gewoon dezelfde Matthäus-Passion is maar dan voor één koor, het is echt een andere versie. Ik heb het dan wel toegankelijker gemaakt, maar door te kiezen voor de onbekendere versie heb ik ook weer een beetje tegengas gegeven.’

Esther: ‘Ik denk dat de mensen die hiernaar gaan luisteren de andere versie waarschijnlijk goed kennen. Daarom gaan ze het hopelijk leuk vinden om deze oerversie te horen omdat het zo mooi gereconstrueerd is. En ik denk dat mensen het sowieso heel fijn vinden om weer een Matthäus te horen. Wij als musici vinden het ook zó fijn om weer te spelen, ik denk dat dat wel overgebracht wordt.’

Dit project wordt mogelijk gemaakt dankzij steun van Cultuurfonds Leiden. Op dinsdag 30 maart 2021 om 19.00 uur zendt NPO Radio 4 in het avondconcert een opname van de Oer-Matthäus uit en vanaf Goede Vrijdag, 2 april, is een videoregistratie te zien via klassiekemuziek.nl en de website van de Stadsgehoorzaal Leiden.

Andere berichten

Sophie Jansen
maart 31, 2021
Cultuurfonds Leiden
februari 1, 2021
Cultuurfonds Leiden
januari 11, 2021